Meer kwik in vis door klimaatverandering en overbevissing

kwik_vis_pxhere

De opwarming van de aarde heeft invloed op het kwikgehalte in vis. Dat meldt een internationaal team van onderzoekers in het vakblad Nature. Ook overbevissing speelt hierbij een rol. “We begrepen tot nu toe nog niet goed waarom de niveaus van methylkwik zo hoog waren in grote vissen,” vertelt onderzoeksleider Amina Schartup.

Voor het onderzoek verzamelden en analyseerden de onderzoekers dertig jaar lang data over de Golf van Maine. Hierbij concentreerden ze zich met name op roofvissen zoals kabeljauw, blauwvintonijn en doornhaai. In de periode 1970-2000 nam de hoeveelheid kwik in kabeljauw met 6 tot 20 procent toe. Bij de doornhaai nam deze juist af, in 2000 was het gehalte 33 tot 61 procent minder.

Volgens de onderzoekers is de oorzaak van dit verschil het eetpatroon van de vissen. Door overbevissing nam het haringbestand in de jaren '70 af. De kabeljauw at daarom in die periode meer kleinere vissoorten die minder kwik bevatten. De doornhaai stapte over naar inktvis, die juist meer kwik bevatten. Met het herstel van het haringbestand, begonnen beide vissen weer haring te eten. Daardoor kreeg de kabeljauw meer kwik binnen en de doornhaai juist minder.

Een andere factor bij de toename van het kwikgehalte is de opwarming van de aarde. Door het warmere oceaan water verbruiken de roofvissen meer energie om het zwemmen. Hierdoor gaan de vissen meer eten. Volgens de onderzoekers steeg het kwikgehalte in de blauwvintonijn tussen 2012 en 2017 met 3,5 procent per jaar.

De onderzoekers beperkten zich bij deze studie tot een aantal vissoorten op één locatie. "We verwachten echter dat opwarming en overbevissing ook een impact hebben op andere vissoorten", zegt onderzoeker Elsie Sunderland van Harvard University. Minder kwik in vissen zou goed zijn. "Om ecosystemen en de menselijke gezondheid te beschermen, moeten we zowel de uitstoot van kwik als broeikasgassen beter reguleren", aldus Sunderland.